interview

Wat betekent het om mens te zijn in een tijd van kunstmatige intelligentie en klimaatcrisis?

4 februari 2026

In de roman Chimaera verweeft Alice Thompson sciencefiction met poëzie en mythologie tot een indringende roman over verbeelding, technologie en menselijkheid.

Interview met Alice Thompson door: John van Hal (Science Fiction & Fantasy Bookclub)

Dank je wel dat je namens mijn Science Fiction & Fantasy Bookclub met ons in gesprek wilt gaan. Kun je iets over jezelf vertellen?
Ik heb tot nu toe acht romans geschreven en heb onlangs mijn negende afgerond, die zich afspeelt in het oude Griekenland. Daarnaast geef ik les in creatief schrijven aan de Universiteit van Edinburgh. In mijn leven heb ik veel verschillende dingen gedaan: ik toerde de wereld rond als lid van een popgroep en werkte als redacteur van een kunsttijdschrift. Waar ik echter het meest trots op ben, is dat ik de moeder ben van mijn zoon.
 
Chimaera is een boek met veel verschillende ingrediënten: het is sciencefiction, maar bevat ook poëzie en mythologie. Is dat een goede afspiegeling van hoe jij sciencefiction ziet?
Sciencefiction biedt schrijvers de mogelijkheid om sociale en filosofische vraagstukken op een bijzonder zuivere manier te onderzoeken. Het genre houdt zich ook bezig met de aard van tijd. Poëzie en mythologie leken mij daarom geschikte vormen om de tijdloze, bijna eeuwige kwaliteit van de ruimte te verbeelden.
 
Hoe is het idee voor Chimaera ontstaan, en hoe kwam het verhaal tot leven?
Mijn fascinatie voor kunstmatige intelligentie begon al in 1995, toen ik het Salk Institute in San Diego bezocht en Francis Crick ontmoette. Men was daar toen al bezig met de ontwikkeling van AI. Ik herinner me dat een van de onderzoekers mij — als buitenstaander — vroeg of zij moesten proberen een kunstmatig bewustzijn te creëren, of slechts een bewustzijn moesten imiteren. Ik stelde voor het laatste te doen, wat gezien de plot van Chimaera achteraf gezien nogal ironisch is.
 
Daarnaast was ik geïnteresseerd in het vermogen van AI om simulacra van de werkelijkheid te creëren, en in de vraag hoe dat ons begrip van die werkelijkheid beïnvloedt. Het verhaal ontwikkelde zich op een intuïtieve manier: ik stuurde mijn astronauten de ruimte in en keek wat er met hen gebeurde. De kern was mijn fascinatie voor de ontwrichtende kracht van AI.
 
Waar komt je liefde voor sciencefiction vandaan?
Ik heb altijd genoten van de enorme breedte van het genre, van schrijvers als John Wyndham en George Orwell tot Aldous Huxley, Philip K. Dick en J.G. Ballard. Met Chimaera wilde ik een eerbetoon brengen aan de flexibiliteit van sciencefiction, en in het bijzonder aan de meer literaire stroming binnen het genre — die minder gericht is op worldbuilding en juist meer op menselijke structuren en vraagstukken.
 
Had de omgeving waarin je opgroeide invloed op de sfeer van het boek? Als lezer ervoer ik het als scherp, eerlijk en vol passie.
Dat is heel vriendelijk om te horen. Sommige lezers ervaren mijn werk als ingetogen, waardoor de passie niet altijd direct zichtbaar is, maar die is er wel degelijk. Ik kan alleen een roman voltooien als ik intens door een idee gedreven word — discipline speelt daarbij nauwelijks een rol.

De lockdownperiode heeft zeker invloed gehad op Chimaera. Onze bewegingsvrijheid werd sterk beperkt en ik voelde een verlangen om de aarde achter me te laten en een andere wereld te betreden: het besneeuwde landschap van Oneiros. Tegelijkertijd maak ik me grote zorgen over de schadelijke impact van technologie op het welzijn van mensen, en in het bijzonder op dat van kinderen.
 
In je boek lijkt het belangrijk dat de lezer wordt uitgedaagd om zichzelf te onderzoeken en verschillende kanten van zichzelf te verkennen. Is dat een bewuste keuze?
Absoluut. Die elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het bevragen van je eigen subjectiviteit is op zichzelf al een avontuur, en ik hoop dat de lezer dat avontuur samen met de schrijver aangaat. Ik schreef ooit een proefschrift over Henry James, en dit thema vormt een belangrijke motor in zijn werk. De kracht van de verbeelding en het onbewuste — en hoe die onze werkelijkheid vormgeven — is een fundamenteel menselijke ervaring.
 
Mythologie vertelt niet alleen waar we vandaan komen, maar ook waar we naartoe groeien. Hoe kijk jij daartegenaan?
Mythologie bevat een enorme rijkdom aan wijsheid. De uitspraken van het orakel van Delphi — ‘Ken uzelf’ — zijn vandaag de dag nog steeds relevant. De archetypen uit de mythen, en de manier waarop emoties niet psychologisch worden geanalyseerd maar symbolisch worden verbeeld, vind ik bijzonder fascinerend. De grillen van de goden, het lot, dromen en profetieën die de toekomst voorspellen: dat alles vormt het hart van mijn volgende roman, Plato’s Reckoning.
 
Op het ruimteschip Chimaera zien we Artemis in interactie met dryaden. Is dat decor ook een moderne interpretatie van hoe dryaden met bomen verbonden zijn?
Ik koos er bewust voor om de androïden ‘dryaden’ te noemen, om afstand te nemen van de vaak harde, masculiene voorstelling van androïden in de populaire cultuur. Ik zocht naar een beeld voor een meer amorfe, sluipende vorm van technologie: onzijdig, niet-geseksualiseerd, verleidelijk en moeilijk te doorgronden.
 
In het boek vormt de klimaatcrisis een belangrijke achtergrond. Zonder oplossing dreigt het einde van de mensheid. Maar de kernvraag lijkt te zijn: wat betekent het om mens te zijn?
Precies. De klimaatcrisis is het decor van het verhaal — we leven er immers dagelijks mee. Maar het centrale thema van Chimaera is de vraag wat mens-zijn eigenlijk inhoudt.
 
De snelle ontwikkeling van AI roept ook vragen op over onze toekomst. Wat gebeurt er met ons als we steeds afhankelijker worden van technologie?
Ik denk dat we eerder afhankelijk zullen worden van AI dan onafhankelijk. Dat is het verontrustende aan technologie: hoe ze zich op de meest intieme manieren in ons dagelijks leven nestelt. Uiteindelijk wordt ze onze ‘vriend’.
 
In het boek kunnen mensen niet meer dromen. Is dat een symbool voor het belang van onze innerlijke stem?
Ja. Ik wilde laten zien hoe essentieel dromen en verbeelding zijn voor de rijkdom van ons bestaan. Zonder die intuïtieve lagen worden niet alleen onze levens, maar ook de wereld zelf armer.
 
Hoe denk je dat de mens verandert wanneer we naar de sterren reizen?
Samantha Harvey beschrijft dat prachtig in haar Booker Prize-winnende roman Orbital. Een deel van onze menselijkheid is verbonden met de ruimtevaart. Wanneer we vanuit de sterren naar de aarde kijken, gaan we haar meer waarderen.
 
Als we ooit opnieuw beginnen op een verre planeet — wat gebeurt er dan met onze geschiedenis en verhalen?
Onze cultuur zal ongetwijfeld veranderen, maar ik vermoed dat we onze menselijke tekortkomingen niet achter ons zullen kunnen laten.
 
Tot slot: heb je nog een boodschap voor onze lezers?
Dank voor deze diepgaande en doordachte vragen. Ik hoop dat jullie Chimaera zullen lezen en waarderen op de vele niveaus die in dit gesprek zo scherp zijn blootgelegd.